Ze zijn er nog niet

12.02.2018
|
2 Comments
|

Maandag 12 februari
Lekker die frisse wind in mijn gezicht, denk ik. Mooi gevormde wolken ook in de blauwe lucht. Gezellig dat gakken van de ganzen in de verte. En dat gespetter in het water moet wel een eend, fuut of meerkoet zijn. Ik sta aan het rietland en denk het allemaal nogal nadrukkelijk. Niet als oefening in mindfulness. Ik doe het om het verwachtingsvolle te dempen. Je weet immers dat ze er nog niet kunnen zijn, lepelaar, kiekendief, roerdomp, rietgors en grutto?

Dinsdag 13 februari
Tegen beter weten sta ik naar lepelaars te speuren bij een duinmeer op Texel. Ooit zag ik er namelijk half februari de eerste van het seizoen. Voor een vogelvrouw betekent dat net zoiets als de plaats van de misdaad voor een inbreker.
Natuurlijk zijn er behalve aalscholvers alleen grauwe ganzen en wat eenden. Wel hoor je de wind, en in de verte het ruisen van de branding. Wulpen roepen, je proeft zout, ruikt zand en voelt de hoop opdoemen op zang van de eerste leeuwerik verderop in het polderland.

Woensdag 14 februari
Onvoorstelbaar luid tsjilpen de mussen in de zonovergoten tuin. De koolmees laat zich niet overstemmen. Ti-ta-ti-ta. Maar waar zit ie eigenlijk? Niet op de boomtak boven het door de specht vertimmerde mezenkastje. Daar wiekt een groep van wel een paar honderd fluweelzwarte rotganzen voorlangs. Daar danst een nog veel grotere groep plevieren een hemelballet.
O nee! Dat zijn beelden van gisteren, van Texel, die nog op mijn netvlies staan! Opeens ook krijgt de grauwe, gestreepte leeuwerik die op een hogere tak zit een ander postuur. Kleiner, molliger. Een zwarte stropdas krijgt ie ook. Een gele borst en een zwarte petje. Ti-ta-ti-ta.

Donderdag 15 februari
Bah, kwakkelsneeuw. Welke lepelaar, kiekendief, roerdomp, rietgors of grutto zal nu nog het voorjaar in zijn kop krijgen en uit het warme zuiden naar mijn rietlandje vliegen? Ik had dus gerust rechtstreeks van het garagebedrijf terug naar huis rijden. Maar nee, hoor. Toch parkeren op de kade. Toch het paadje inlopen. Toch doen alsof het alleen maar zachtjes motregent en blijven staan om te turen. Verrekijker nota bene thuis! Uit het riet de alarmroep van het winterkoninkje. Een vliegtuig. De kreet van een zilvermeeuw. Geknor van onzichtbare baltsende futen. Zo, denk ik op de terugweg, dat was lekker.

Vrijdag 16 februari
16 februari? Dan is het vandaag mijn dag van de leeuwerik! Vele jaren geleden hoorde ik de leeuwerik op die dag jubelen boven een akkertje. Er ging een kraantje in me open. Alle spanningen en narigheden van toen stroomden naar buiten. In één seconde was ik weer de vogelvrouw die ik door die andere besognes verwaarloosd had. Mijn hart zat weer op de juiste plaats. Mijn ziel vleide zich erbij.
Jammer dat ik vandaag niet in de gelegenheid ben om naar leeuweriken te speuren. Maar vanmorgen vroeg verving onze winterkoning ‘m uit volle borst, en morgen is er weer een dag.

2 reacties op “Ze zijn er nog niet

  1. Affodil schreef:

    Inmiddels heeft Marc Plomp van het Vogelinformatiecentrum dat de eerste reiziger aangekomen is. Er zaten deze winter wel 4 jonge lepelaars aan Waal en Burg, maar gisteren zou de eerste “verse” lepelaar – zoals hij het uitdrukt – gespot zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *