Wonder

8.03.2017
|
0 Comments
|

Elk jaar weer voelt het als een wonder dat hij is teruggekomen. En dat is het ook. Helemaal op deze miezerige waterkoude ochtend. Waar hing hij uit tussen eind oktober en nu? Geen idee. Maar daar zit hij met zijn zwarte kapje op zijn kop. Op zijn oude stek, hoog op de oude rietpluim naast de braamstruik. Een beetje zijn liedje oefenend. Tudeledudeledu. Mijn  oor hoorde hem en liet me fluisteren dat het een wonder was. ‘Rietgors, fantastisch dat je toch teruggekomen bent…’

Op dat toch betrapte ik me. Persoonlijk zou ik er niet over piekeren om een gebied met voedsel, beschutting en warmte te verlaten. Wéér dat roteind vliegen. Wéér de race om als eerste te arriveren. Wéér een territorium innemen, op stem komen, je lied zingen en je opdoffen in je mooiste verenpak.

En dan ben je er nog niet. Want weer dat spel van gors-zoekt-vrouw, dat bouwen aan een nest, die eieren en die onafzienbare hoeveelheid eten. Eten dat er in de voorbije natte koude zomers amper was.
Goddank trekt hij zich van mij ideeën niets aan. Hij heeft andere zaken aan zijn kop en draait het rugpand van zijn streepjespandjesjas naar de toeschouwer. Vervolgens vliegt hij net als in vorige jaren door naar de kale wilg. Tudeledudeledu. En huppakee voort naar de maartse meidoorn en met een doorstart terug naar honk.

Het moet niet erger worden, maar ik hoor mezelf iets sentimenteels denken. Om terug bij de les te komen wordt ‘t speuren naar een blauwborst, die hier in de eerste dagen van maart nog helemaal niet kan zijn. En naar de roerdomp, die zijn  pappenheimer kent en zich wijselijk verscholen houdt. Dan klinken er grutto’s. Grutto’s! In een biljartlakengroengiergebied, gruttos! Het is een wonder. Een waar wonder zelfs, sinds jaren.

Waarmee ook ik gruttogrutto roep, tudeledudeledu neurie en me oppoets tot vogelvrouw. Zie! Teruggekeerd uit mijn overwinteringsgebied! Wat een wonder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *