Ommetje

30.11.2017
|
0 Comments
|

Na twee dikke vette grauwe motregendagen binnenshuis vliegt het me aan. Ik moet er even uit. Ga even mee! Een mens knapt op van een frisse neus en windtranen  op z’n wangen!

We pakken de auto voor de eerste kilometers. Het waait veel te hard en de weggetjes zijn te modderig om te fietsen naar het schelpenpad van het naburige dorp. Hemeltjelief, wat is het somber buiten. Wat is alles nat. Overal plassen. Overal modder. Maar we zijn op het parkeerstrookje. Capuchon op en uitstappen. Gewoon of er niets aan de hand is. Hè, wat een lekkere frisse wind. Adem in, adem uit. Zuurstof naar binnen, stofnesten en hersenspinsels eruit.

Lijkt de lucht lichter te worden? Of is de wens de vader van… Een stormmeeuw. Kalme vleugelslag. Niets aan het handje. Dat geluid ver weg in de hemel… melancholiek, melodieus. Natuurlijk, een wulp!

Veel meer mag een mens op een namiddag aan het eind van november eigenlijk niet verwachten. Dus niet zeuren dat het harder regent dan daarnet. Hoor! Dat knorrende geluid. Het zwelt aan. Kuifeenden. Met wel honderd zijn ze. En daar fluiten smienten. Fluitketeltjes in de lucht, zei eens iemand. Ach, ieder zijn afwijking. Daar aan de slootkant staat een blauwe reiger doodgewoon zichzelf te zijn. Door de verrekijker zou je druppels op z’n veren kunnen zien. Jammer dat die warm en droog thuis ligt.

Nee, we lopen niet dezelfde weg terug. Natter dan nu kunnen we toch niet worden, het wordt een rondje. Eerst door het aangelegde bos bij het dorp. Verder over de Knotwilgenkade en dan terug naar de auto. Merels. Koolmezen. Een pimpeltje. En wat heeft die boom nog veel bladeren. Wat een kleurenpracht.

Nadert er nu echt een stukje lichtere grijze lucht? Grappig, nu er geen stofnesten en hersenspinsels m’n zicht belemmeren, zie ik pas dat er een blauwzweem in is. Zie je nou wel? Een mens moet toch naar buiten gaan. Wat knapt ie daar van op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *