Mussen

27.10.2015
|
0 Comments
|

Het is al heel lang de hoogste tijd om het over huismussen te hebben. Waarom dat toch steeds uitgesteld? Ze zijn zo leuk vrolijk met hun getjilp. Ze zien er grappig uit met hun grote koppies. En hun bescheiden kleuren harmoniëren prachtig met elkaar.

Het zijn me ook een types! Bekijk ze en je snapt woorden als ruziën en ravotten. Als stuiven en stormen. Als kwetteren en kwajongens. Als gezellig en knus. Ze hebben ook nog een exclusief eigen woord: tjilpen. Huismussen tjilpen. Sterker, ze tjilpen dat het een lieve lust is. Ze doen dat het liefst en famille. Want o, o, o wat zijn ze gehecht aan hun familie.

Broers, zussen, neven, nichten, ze kunnen niet zonder elkaar. Ze beschermen elkaar, ze slapen met elkaar. Ze onderzoeken met elkaar of er voor iedereen genoeg voedsel te vinden is in een te bezetten gebiedje. En of het daar ook goed zal zijn ná de diverse gezinsuitbreidingen.

Wat een clans vormen ze! Als één stuiven ze weg bij onraad. Als één stormen ze af op voer. Als één ruziën ze met anderen in de familie. Als één ravotten ze door struikgewas, kwetteren ze onder dakpannen en halen ze kwajongensstreken uit op terrastafeltjes. En ook al kunnen ze elkaar af en toe niet luchten of zien, ze blijven bij elkaar. Ze zijn nu eenmaal één familie. Dat vinden huismussen kennelijk toch te belangrijk, te gezellig en kn….

Juist! Het is dat familiegedoe van huismussen dat me tegenstaat. Ik moet er niet aan denken. Mocht ik ooit op aarde terugkeren als huismus, dan weef ik als de wiedeweerga van spinrag een grijze bivakmuts voor over mijn kop. Ik scharrel van meet af aan uitsluitend onder struweel en op de grond mijn kostje bij elkaar. En ik slijp mijn snavel net zolang tot die slank en rank is.

In de winter oefen ik alvast in snel en helder zingen. In februari zing ik in het rond heggemus te zijn. Haha ha ha, zing ik uit volle borst, ik ben solist in optima forma!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *