Is één niet genoeg?

22.05.2018
|
2 Comments
|

Dinsdag 22 mei
In het braambosje jodelt en tiereliert het dat het een lieve lust is. Het fluitenkruid staat heup hoog. De vlieren bloeien zoals ze niet eerder bloeiden. De wilgen groeiden tot in de hemel. De bijna zomerse wind doet het er kreunen en kraken. Het geurt zoet naar water, maar zo’n halve eeuw geleden gooiden boeren, burgers en buitenlui hier welgemoed vuilnis neer.
Waar blijven in dit paradijs de blauwborstjes, rietzangers en rietgorzen? De uilen en buizerds? Er is steeds alleen maar die ene kleine karekiet. Die maar met tierelantijntjes zingt en zingt dat je zijn nestje lekker niet ziet, ziet, ziet. Snavel wijd open, de witte keelveertjes als de pluis van een paardenbloem in de wind.
Maar hé, denk je dan ineens. Kom toch op, jij met je blauwborsten, rietzangers en rietgorzen, uilen en buizerds. Is één niet genoeg?

Woensdag 23 mei
We waren op zonovergoten windgekoeld Texel. Op het bankje op het uitzichtpunt uit Het ware geluk zaten drie vogelaars. Oude knorrige knarren natuurlijk. Behangen met verrekijkers, telescopen en camera’s. Notitieboekje en potlood in de aanslag.
Er passeerde een blauwborst – die die mannen mooi misten. In de top van een rijkelijk bloeiende meidoorn zong een grasmus. Dat zei een van de drie trots. Grásmus.
Het is ook best bijzonder, een grasmus. Een beetje armoedig naam, maar een mooi vogeltje. Heel mooi eigenlijk. Ze wilden zeventig soorten scoren, zei de man van de grasmus. Een makkie op Texel, antwoordde ik. Maar waarom zeventig, vroeg ik me af met mijn verrekijker op de grasmus. Geen tachtig, honderd of twintig? Want wat een supermooi vogeltje is die grasmus. Moet je ‘m toch zien zingen en showen. Waarom is één niet genoeg?

Donderdag 24 mei
Ik wachtte op de egel. En daardoor op vleermuizen. Want de volgorde in de avondschemering is: zwaluwzwenken – merelzang – vleermuisgesuis – hopelijk zoeven van een ransuil – egelgesnuffel – slot merelzang.
De zwaluwen waren klaar. De merel was doende op de een na laatste nok van z’n route. De familie vleermuis trad aan. In alle stilte schoot een schaduwvogel laag over. Ransuil? Kraai?
Zou de egel van links komen, vanachter de schuur? Of van rechts, onder de struikenhaag vandaan? Zou ie recht op het bakje met egelvoer afstevenen? Een omweg maken onder de tuintafel door?
De duisternis viel en zou de egel onzichtbaar maken. Hè, wat jammer. De merel zong allang op z’n laatste zangpost. Op z’n helderst, volst en mooist. Hé, dacht ik, is één mooi ding niet genoeg?

Vrijdag 25 mei
De ramen van de schuur zijn sinds kort met vogelstickers beplakt. Nu kan de bomenhaag er tegenover er niet meer in weerspiegelen. Er zullen geen vogels meer tegenaan vliegen. En de heggenmus kan eindelijk tot rust komen. Want wat wond ie zich op over zijn patserige concurrent achter het glas. De rotzak! Hem steeds maar na-apen, kon ie wel! Hij zijn staart wijd, die gek ook. Hij pikken, die ander net zo hard.
Nu patrouilleert heggenmus slechts om de zoveel uur over het vensterbankje. Heel even doet die stommeling achter het glas nog mee. Heel even maar. Dan kiest ie wijselijk het hazenpad. Foetsie! Zie zo, opgeruimd staat netjes, straalt heggenmus uit. In zijn territorium is één man genoeg!

2 reacties op “Is één niet genoeg?

  1. Tini Noordzij schreef:

    Haha, prachtig zoals je die ontmoeting met die vogelaars beschrijft, Roos, ik zie het helemaal voor me …
    Waarom zoeken die toch steeds maar naar meer en meer en meer vogels als je kunt genieten van dat ene schitterende moment? Dat doet een ware Vogelvrouw tenminste niet, zij kan ontspannen genieten van dat mooie vogelconcert van de grasmus!

  2. Roos schreef:

    Volgens mij ben jij een échte vogelvrouw!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *