In vogelvlucht

4.10.2016
|
0 Comments
|

1.
Er waren alleen maar houtduiven, kauwtjes en een enkele zilvermeeuw. Mijn gedachten dwaalden. Hoe zit het nou ook alweer met die vleugels van ze, dacht ik op een goed moment. Omdat er niemand te zien was ging ik het proberen. Je armen moeten haaks op je bovenlichaam staan, dacht ik. Ik hief ze zijwaarts op, maar meteen al klopte het niet. Natuurlijk, mijn romp was niet horizontaal.
Er was nog steeds niemand te bekennen. Dus boog ik me voorover met mijn armen opzij. Dat voelde beter. Ik draaide mijn handpalm omhoog. Fout. Met de handrug omhoog leek logischer.
Had ik niet eens gelezen dat de vleugels aan de voorzijde iets hoger gedraaid staan dan aan de achterzijde? Waarom ook alweer?
Je moet bij het begin beginnen, dacht ik weer rechtop staand. Dit is niks. Logisch denken. Zonder vleugels zou een vogel uit de lucht vallen. Zou het zo zijn dat hij met gespreide vleugels die val remt en dat hij dus als het ware op de lucht leunt?
Er was nog steeds niemand in zicht. Ik boog voorover, spreidde mijn armen en zag hoe armzalig dun en stakerig ze waren ten opzicht van mijn zware benen en logge romp. Ik ging maar weer gauw rechtop staan. Er passeerden wat houtduiven en kauwtjes. Hun vleugelslag was snel. Razendsnel. Hoe ze dat toch voor elkaar krijgen!

2.
Wanneer zag ik dit jaar voor het laatst een zwaluw? Die vrouw die zo nu en dan bij de Korte Nauw komt, zei dat ze als einddatum 5 oktober in haar aantekeningen had. ‘Het was een boerenzwaluw,’ zei ze. ‘Hij scheerde over een slootje. Het woei hard en net dáár was luwte door de bomen rond een boerderij. Dus waren er insecten.’
Dat laatste had ze er niet bij moeten zeggen. Ik ben niet gek, zeg.
Ook vandaag zag ik geen zwaluwen. Dat betekent dat mijn laatste boerenzwaluwen  op de avond van 27 september babbelend over het rietland scheerden.

3.
Zes witte kwikstaartjes huppelden voor me uit in de lucht.  Dat was op 1 oktober op het weggetje van de Korte Nauw. Echt, ze huppelden. Ik weet niet of ik dat nog kan. Misschien eens proberen.

4.
Sinds een week komt iedere dag de grote bonte specht hier  een kwartiertje werken aan de verbouwing van de koolmezen-nestkast. Voor de winter moet het klaar! Het vlieggat is al wel op de goede doorsnee. Nu de splinterige rand nog afwerken.

5.
De Turkse Tortel zag ze komen, de kauwtjes die een graantje mee willen pikken in zijn gebied. Onmiddellijk liet ie zien wie ie was: veren op, schouders breed en kop op ondoorgrondelijk streng. Wég vlogen ze.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *