In de rui

22.08.2017
|
0 Comments
|

Het is nog net juli als ik al fietsend denk dat ik mezelf nou eens niet moet laten opjutten door mezelf. Een mens denkt wel vaker in kromme zinnen – waar ie van opkijkt. Jutte ik mezelf me dan op? Verdraaid, ik zit hartstikke serieus te zijn op die fiets van me. Tuur ernstig links en rechts naar vogels. Want er moet een blog komen.

Dat blog is zelfs urgent. En het mag absoluut nog niet over de roerdomp gaan. Onze ontmoeting was te bijzonder. Een juweel. Het moet allemaal bezinken voor de juiste woorden en toon gevonden zijn. Het moet op het beeldscherm fonkelen en glanzen. Want het verdient een miljoenen publiek.

Een miljoenen publiek? De halve wereld heeft vakantie. Dat blog moet op een druilerige herfstdag te lezen zijn, zo’n dag waarop een mens troost zoekt in de digitale wereld. En wie zit er nu eigenlijk in deze hoogzomer vakantietijd blogs te lezen?
Dus ook ik moet als de wiedeweerga gaan relaxen en genieten. Of… moeten… Het mag. Moet je nagaan, er is hoogzomer geen vogel te bekennen! De ene ploeg is aan het ruien. De andere ploeg heeft de jongen groot en is alweer zuidwaarts getrokken.

Zo beland ik aan de Gouw met z’n modderige sloten en fluisterend rietland. Het blijkt er te wemelen van de kleine juweeltjes. Groepjes babbelende boerenzwaluwen, bijvoorbeeld. Kwetterende spreeuwen. Een om meer muis biddend torenvlakje.
Bij blauw bloeiend watermunt en ranke roze zwanenbloemen peddelt een fuut. In de weerspiegeling van het riet dobberen wilde eenden. Ze zijn in de rui. Verplicht relaxed, in afwachting van een pakketje nieuwe veren. Niets anders doende dan dobberen.

Niets anders doende dan dobberen, denk ik. Dan komt er weer zo’n kromme zin waar je van opkijkt. Kom op, wees hoogzomer, laat augustus maar komen, ga in de rui.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *