Het wordt me het weekje wel

28.05.2018
|
8 Comments
|

Maandag 28 mei
In de hoop op vogels fiets ik voor een krop sla door de landerijen naar de groenteboer acht kilometer verderop. Ondanks een temperatuurtje van bijna dertig graden. Aan de verwachtingen te horen wordt het me het weekje wel.
In de tuin hoor je overal gepiep van jongen. Er racen ouderparen met lekker veel eten in de snavels heen en weer. Natuurlijk best boeiend, maar ik wil wel eens jong spul zien. Kievitjes, gruttootjes, waterhoentjes, meerkoetjes en fuutjes. Van dat donzige minispul waar vrouwen oh en ah en wat lief door roepen, en misschien wel vogelvrouw gaan worden.
Na zestien kilometer is de oogst twee mannetjes en drie vrouwtjes eenden, een handvol boerenzwaluwen en een onverdroten zingende merel. Plus die krop sla.

Dinsdag 29 mei
Er zit een koolmees op m’n bureaustoel, zie ik vanuit de keuken. Hij kijkt rustig om zich heen. Zo te zien staat ‘m de plek best aan. Hij bestudeert het beeldscherm van mijn computer. Nou moet ie niet de lettertjes ervan willen wegpikken! Pas op, hier is boek 23 in de maak, vriend! Je kijkt naar de titelpagina, omdat ik daarnet ineens zeker wist wat de titel worden zal. Vandaar dat ik even in de keuken sta. Waterdrinken. Want het is elke keer een wonder hoe zo’n titel ineens door je gedachten schiet.
Hij vliegt naar de printer, hipt over de ladekast. Dan is het touch-and-go op de globe en huppakee door de open tuindeuren naar buiten. Ik dacht het gisteren al, toen er alleen maar heel erg veel zon en heel erg veel warmte was, en geen vogel te bekennen: dit wordt me het weekje wel.

Woensdag 30 mei
De mezenbolletjes hangen hier voor het kleine raam van mijn werkkamer. Eergisteren was het de laatste uit de voorraad. De variant met insecten. Top favoriet. En niet alleen bij de mezen, ook huismussen konden er wat van. En de grote bonte specht, wat hing die er van te smikkelen!
Kauwen hadden bij dat alles het nakijken. Of beter gezegd, het omhoog kijken. Ze moesten genoegen nemen met wat er viel. Ze stonden er behoorlijk lullig bij. Wat een vernedering voor die slimme kauwen. En wat stom van de kauw die nu beneden het raam op de grond blijft zoeken. Van ergernis springt hij nu steeds in de vensterbank en hakt geïrriteerd tegen het glas. En ik maar stoïcijns proberen door te gaan met waar ik mee bezig ben. Inderdaad: dit wordt zo het weekje wel!

Donderdag 31 mei
Gele lissen en de eerste drie orchideeën in het rietland. Op het broeierige na is er verder niets dan roerloze stilte. Na een kwartier nog steeds. Oké, als dit de oogst van deze vroege ochtend wordt, wees dan tevreden. Want Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Het leven houdt zijn wonderen verborgen. Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat. (J.C. Bloem).
Na mijn zucht is er – hoe bestaat het – ineens een rietgors in vol ornaat. Dan duikt verderop een rietzanger op, ook in prachtpak. En er klautert, nota bene in een rietstengel vlak voor mijn neus, een kleine karekiet. Zomaar drie wonderen binnen een enkele minuut.
En dat donker ogende silhouetje verderop is dat een blauwborst? De zang wel! En de borst is blauwer dan blauw! En verdikkie nog aan toe, echt, hoemp, hoemp, de roerdomp!
Ja, alles is veel voor wie… Die gedachte stokt bij het zien van een ineens onheilspellend grijze zuidelijke hemel. Natuurlijk, natuurlijk, de vogels hier voelden allang wat er komen ging. Ik pak snel m’n boeltje en de fiets en race naar huis. Net als ik de deur van het slot heb flitst de bliksem, knalt de donder en klettert de regen. Binnen een minuut is het voorbij. Ja, zeg, op deze manier wordt me dit het weekje wel!

Vrijdag 1 juni
Het bleef gisteren niet bij die ene minuut onweer en tropische regenval. Op lunchtijd viel de schemering, onmiddellijk gevolgd door de nacht. Geen fitis, merel, mees of mus meer te horen. Hoe je je oren ook spitste, geen spoortje schril gejengel van ekstertjes, kraaitjes of kauwtjes. Nergens koeren, nergens kwetteren. En dan ineens driftig gewoel van bladeren, een flits en klap, een flits en klap, en kletterende regen.
Bij het dichtdoen van de tuindeur klinken er piepjes bij de boekenkast, ter hoogte van het rijtje Dikke Van Dales. Er schemert iets geels. Een koolmees. Hij blijft, ook al staat de tuindeur meteen weer wijd open. Pas als de duisternis wijkt en de regen is gaan ruisen, is ie goed zichtbaar voor deel a-i. Dan zet ie af en heb ik het nakijken. Nou, nou, denk ik, dit was me het weekje wel!

8 reacties op “Het wordt me het weekje wel

  1. Shoshannah schreef:

    Weeer een leuke column, Roos

  2. Tini schreef:

    Het was opnieuw een weekje met volop prachtige belevenissen waarvan ik heerlijk mocht meegenieten, Roos!
    En fantastisch ook dat een koolmees kwam checken of je echt met een nieuw – je 23e! – boek begonnen bent. Misschien hoopte hij/zij wel een rolletje in het boek te mogen spelen …

    • roosverlinden schreef:

      Dank je wel, Tini. Ik denk dat de koolmees best een rolletje kan spelen in het boek waaraan ik schrijf 🙂 Bijvoorbeeld dat een personage ook wel zo’n mooi geel met zwart en wit pakje zou willen hebben.

  3. Dani van Doorn schreef:

    Wat een hoop moois te zien. ☺Dat koolmeesje! Brutaal ding. Hij houdt wel van letters!
    Ik heb wel eens een jong op mijn hoofd gehad, dat daarna op mijn schouder zat bij te komen, met een enorm snel kloppend hartje.
    Hij liet zich zelfs aaien. Waarschijnlijk kwam hij net uit het nest, want zijn moeder zat te schreeuwen in de boom: ‘Pas op, een mens! Weg daar!’
    Wankelig vloog hij na een tijdje verder en even later zat hij op het dak van de uitbouw van de buren.
    Akelig opvallend in het zicht het hoogste lied te zingen. Zo heb ik al een paar vogeltjes gepakt zien worden door een groter soort.
    Ik hoop dat mijn meesje oud geworden is.

  4. roosverlinden schreef:

    Wat een mooie belevenis, zeg! Het lijkt alsof vogels in dit seizoen allerlei dingen uithalen die ze anders wel uit hun kop zouden houden. Op dit moment zit er een verontwaardigde specht op de restanten van een vetbol naar me te roepen. Er bleken er nog een paar in de schuur te zijn die ik maar ophang. Nu ga ik voor die specht maar een nieuwe pakken 🙂
    Dank je wel voor je reactie!

  5. Affodil schreef:

    Onze tuin was dit voorjaar oorlogsgebied voor de pluimballen. Sloopwerken, afgravingen (er kwam zelfs een kleine kraan aan te pas), dan twee weken relatieve rust om de grond te laten “inklinken” en pas sinds een goeie maand weer wat groen. Dat moet nog heel hard groeien, dus veel hebben ze er niet aan. Dan 2 weken Texel, dus veel bijvoederen gebeurde er ook niet. Dus eergisteren was ik héél blij toen het pakket van Vivara afgeleverd werd. Een halfuurtje knutselen en vullen en dan afwachten wie ons nog een bezoek waardig vond. Twee minuten (2!!!) en een pimpelig mezenjong hing onverschrokken aan de pindapâté. Een groenling zat het met een bang hartje te bekijken tussen de schriele lavendelplantjes. De mussen kozen voor een zandbad ver weg tegen de scheidingsmuur. Nog een halfuurtje later en er werd al redelijk enthousiast gereageerd door een familie koolmezen. En vanmorgen hing er wel een tro van 6 groenlingen aan de zaadfeeder. De hele dag is het al een aanschuiven en aandringen geweest. Van die hele tuinmakeover is die feederstand zeker de beste koop!

  6. roosverlinden schreef:

    Wat fantastisch dat je zo snel weer vogels in de tuin had! Ze houden natuurlijk ook heel goed in de gaten waar iets te eten zou kunnen zijn. Maar toch…
    Dank je wel voor je mooie verhaal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *