Geen peil op te trekken

26.02.2018
|
0 Comments
|

Maandag 26 februari
Ze gaan maar de boom in, de twee kauwtjes. Gepikeerd kijken ze van daar naar beneden. Door het wijdmazige gaas over de pot vogelpindakaas kan alleen het kleine grut er nog bijkomen. Door het strooivoer in de silootjes lukt het daar alleen de mussen en mezen. En nu zijn ook al de meelwormen, vetbol en pinda’s onbereikbaar! Dit alles staat haaks op hun slimheid. Dit zou niet moeten mogen! Hebben ze elke dag deze tuin schoon leeg geruimd, zijn ze werkloos geworden. Ménsen? Er is geen peil op te trekken.

Dinsdag 27 februari
Natuurlijk moet ik na een dag binnenshuis vandaag de kou in. Maar wat valt er daar meer te verwachten dan een kleumende blauwe reiger? Dan een stel lawaaiige kraaien en hooguit nog een storm- of een zilvermeeuw?
Zeg, maan ik mezelf, zo erg is het nou ook weer niet! Het is amper onder nul. Het is gewoon die knalharde wind die de weilanden grauw en levenloos blaast. En die stipjes daar zijn kramsvogels. Scandinaviërs. Die vinden de winter hier een eitje. En wat is dat? Néé, een baltsende kievit! Een duikvlucht van jewelste! Voorjaar in de kop! Vogels? Er is geen peil op te trekken.

Woensdag 28 februari
Door de tuindeuren zie ik een kramsvogel. Hij heeft z’n donzen jack bol opgeblazen. Wat is hij mooi met die grijze vlekjes op z’n lichte buik, z’n zacht oranje borst, grijze kop en grijsbruine mantel. Zo mooi dat er boven dit blog een foto van ‘m moet.
Maar o hemeltje! Kramsvogels eten bessen. Helaas hebben spreeuwen en merels hier de bessen allang soldaat gemaakt. Rozijnen! Een kramsvogel lust vast rozijnen!
De kou vergetend strooi ik een zakje biologische rozijnen leeg tussen de bloempotten. Weer binnen ben ik niet bij de tuindeuren weg te slaan. Snoept mijn kramsvogel verzaligd het ene na het andere rozijntje op? Welnee, hij pikt dezelfde dingetjes uit het gras als daarnet. Ineens vliegt hij op. Verdwijnt richting weilanden. Biologische rozijnen… Er valt echt geen peil op te trekken.

Donderdag 1 maart
Ik rijd naar een naburig dorp in een volgende polder. Met de auto, want er waait een oostenwind kracht 7, bij -4 graden. De landerijen liggen deemoedig leeg en grijs te zijn. Ik denk aan de notitie in mijn natuur-per-dagboekje uit 1994, waarin ik vanmorgen bij de koffie neusde.
“Grutto! Kievit! Leeuwerik! Scholekster! Wulp! En dat na dooi en regen. IJs nog in de sloten. Rustige zuidwestenwind. 11 graden.”
Conclusie. De seizoenen en het weer? Er valt geen peil op te trekken.

Vrijdag 2 maart
Extra vetbollen opgehangen. Tweemaal daags voer gestrooid. Een nieuwe zak rozijnen aangesproken. Appeltje in kwarten. Drinkwater te warmen boven bloempot, waarin twee theelichten met elk acht branduren flakkeren. Het wemelt dan ook van de wijduitstaande veelkleurige verenpakken in de tuin. Tussen de bedrijven door hou ik de boel goed in de gaten. Ook speur ik naar zwervende veren en veertjes, die plukresten heten in het vakjargon. Want voor kat, rat en sperwer staat de tafel hier uitnodigend gedekt…  Gelukkig. Ook na het tikken van gedekt nog geen plukresten gezien. Zie je wel, ook op de zogenaamd natuurlijke vijanden valt geen peil te trekken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *