Doodtij

29.01.2018
|
0 Comments
|

Maandag 29 januari
Het is vandaag doodtij tussen de seizoenen. Er nadert regen. Ik pak toch maar de fiets. Onderweg niets te horen dan een dappere koolmees.  Ti-ta-ti-ta zeg ik hem in het ritme van mijn trappers na. Pas buiten het dorp weer een levend wezen: een torenvalk wiekt razendsnel zonder zich te verplaatsen in de lucht. Bidden, heet dat volgens de boekjes. Om lekkere vette muizen – ook al staat dat er niet bij.

Dinsdag 30 januari
Het grijzige zonlicht doet de tuinvogels goed. Wat zijn ze opgewekt! Na de inspectie van het interieur beoordeelt de koolmees vanuit het vlieggat van de mezenkast secuur het uitzicht. Gelukkig heeft de doelgroep de meelwormen in de kruidenbakken gevonden: winterkoninkje, roodborst en merel pikken er hun hapjes op. En wat een herrie van tsjilpende mussen! Count your blessings. Nou en of.

Woensdag 31 januari
Het gietregent. Het waait. Het is snertweer. En alle bekenden zijn in de tuin: huismus, ringmus, roodborst, winterkoning, koolmees, pimpelmees, merel, heggemus, spreeuw, Turkse tortel, kauw, specht, kraai, ekster, vink en gaai. Waarom waren ze er niet met de Nationale Tuinvogeltelling van afgelopen weekend? Toen het droog, een beetje zonnig en aangenaam van temperatuur was? Het enige miezerige verdikkie mijn tellijstje was?

Donderdag 1 februari
Zo te zien kan de kraai wel fluiten naar zijn oude nest in de top van de zeer oude boom. De ekster er-in klust met het materiaal dat de ekster er-naast heeft aangevoerd. Niet zulk best materiaal. Een takje met een haakse bocht. Een veel te lange tak. Een tak die klem raakt in de bocht tussen de stam en het nest. De binnen-ekster wroet zich een ongeluk met die takkentroep. Als de relatie hier nu maar tegen bestand is!

Vrijdag 2 februari
“Scholeksters!” riep ik zachtjes voor me uit. “Ze zijn er weer!” Ze stonden met z’n dertienen met de oranje snavels in de veren schitterend zwart-wit te zijn in het drassige land bij de sluis. “Tepiet, tepiet,” riep ik er achteraan. Want ja, mocht er reïncarnatie zijn, dan opteer ik ervoor als scholekster terug te komen. Lekker stoer, stevig op de oranje steltpoot. Zowel aan zee als in de weilanden als een vis in het water. En liefhebber van oesters! “Tepiet!” riep ik voor de zekerheid nog maar eens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *