Bui

11.10.2018
|
2 Comments
|

De eerste regen knalde neer toen ik van het dijkpaadje afdaalde naar het lage rietland. De dikke vette loodgrijze wolk had me ingehaald. Hij zeulde een massief grijze muur van regen achter zich aan. Er was maar één plekje om te schuilen, en daar is het verboden te komen. De wilg waar een rietzanger en een blauwborst in hadden gebroed.

Nood breekt wet. De wilgentakken zwiepten. De brandnetels prikten door mijn broekspijpen heen. De wind gierde. De regen kletterde. En tussen de zwiepende takken vluchtten de jaren van me weg. Ik was weer twaalf. In mijn eigen geheime wilgenschuilhut fantaseerde ik er stiekem in te wonen. Ver van de buitenwereld, waar het verbluffend snel lichter werd en stiller, maar waar misschien wel onraad was. Als ik maar niet ontdekt werd! Er moest gespied worden. Geluisterd of er iets gevaarlijks rondsloop dat…

Er plofte iets neer dat zwaar en licht tegelijk was. Het riet ritselde en kraakte tegelijk. Dat het een eng rietspook kon zijn deed Vogelvrouw ontwaken. Geruststellend fluisterde ze dat het maar een vogel was. ‘Gewoon een eend of gans of…’ Plotse rauwe keelklanken en flodderig gefladder. Brekend riet. Meisje en vogelvrouw schoten weg. ‘Of een fazant,’ suste ik mezelf.

En ja, hoor. Een paar meter verderop vloog meneer omhoog uit het riet. Drijfnat. Met weer even de glans en het jeugdig elan van zijn voorjaarsverenpak. Ik trok de druipende wilgentakken uiteen en wrong me naar buiten. Ze spetterden me behoorlijk nat. Ik klauterde de glibberige natte dijkkant op. Nog maar pas terug in de werkelijkheid ging dat ook bij mij met behoorlijk jeugdig elan. Wat net als die bui maar eventjes duurde, hoor.

2 reacties op “Bui

  1. Hanneke de Boer schreef:

    Mooi weer Roos!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *