Blonde blosjes

2.10.2017
|
2 Comments
|

Koppig stokt mijn blik in het riet. Hij wil niet door. Hij zet zich schrap. Terwijl er, net als de honderden keren dat ie langs deze rietschoot gleed, ook nu niets te zien is. Dus, welnee, loop door, daar zit niets bijzonders.

De wens zal wel weer de vader van de gedachte zijn. Die paar bruinige rietstengels waar de zon blonde blosjes op tovert zou de de hals van een roerdomp zijn? Laat me niet lachen. Dan stond die daar zeker op die avond in het vroege voorjaar ook? Toen heel in de verte die koe een paar keer loeide en jij er weer eens veel te romantisch de eenzame roep van een roerdomp om een vrouwtje in hoorde?

Dan bliksemt en dondert het door me heen. Het is ‘m! Dat stel bruinige rietstengels met blonde blosje is ‘m! Hoe groot mijn ogen ook worden, het blijft ‘m. Hoe scherper ik de verrekijker ook stel, het wordt ‘m steeds meer. Hoe meer het bruin met blond blosjes met de rietstengels mee wuift, hoe scherper er zich tussen al dat riet een snavel aftekent. Een kop ook. Kraalogen. Ze zoeken de hemel af en dalen dan met al dat bruin gevlekte mee naar beneden. Waar ik nu een romp zie, vleugels en zachtgroene poten. Een vogel. Een die intussen zijn camouflageverenpak aan het poetsen is.

In de eindeloze tijd die hij me gunt te kijken kan ik niet ophouden met ongelovig fluisteren. Dat daar is een roerdomp. Het was dus waar van dat hoempen. Groot mijn gelijk om hier toch telkens het riet af te speuren. Een roerdomp! En dat in mijn eigen onnozele rietlandje aan die ouwe trouwe kronkelende Gouw.

Zomaar ineens draait de vogelkop als het hoofd van een om zich heen kijkende strenge schoolmeester. Hij speurt met de snavel erin gespietst de lucht af. Zet af. Zijn nek verkort. Zijn vleugels bollen. Zijn lange groene tenen glinsteren aan de nog bungelende even groene poten. Mijn blik vliegt mee. Tot daar aan de hemel niets anders meer vliegt dan mijn eigen koppige blik.

***

Uit: Handboek vogels/ Hoogenstein en Meesters:
Roerdomp. 70-8o cm. Kleiner dan blauwe reiger. Compact met vrij lange poten. Leeft zeer verborgen. Dolksnavel. Vlucht is laag, traag, met ontspannen vleugelslag. Hoempende baltsroep als blazen over een flessenhals (kan over 5 km te horen zijn). 200-250 broedparen. Populatie neemt sinds jaren 80 gestaag af. Winter ca. 200 ex. Na broedseizoen trekken ze weg naar geschikte habitats, als er maar wat riet staat. Vrijwel nooit buiten de beschutting van riet te vinden – in de winter komen ze regelmatig op wakken in het ijs af. Foerageert overdag; meest actief in ochtend- en avondschemering. Eet vis, vooral paling, ook kikkers en andere amfibieën, insecten, knaagdieren en jonge vogels. Man gaat in de late winter een groot territorium verdedigen. Lokt een of meer vrouwtjes.

2 reacties op “Blonde blosjes

  1. Anky Floris schreef:

    Ohhhhhh dat moment dat je een roerdomp ziet of hoort…. Ik kan me haast geen groter geluk voorstellen. Nou ja. Dat is misschien iets te overdreven, maar wat is het een magisch gebeuren. Gefeliciteerd.

    • roosverlinden schreef:

      Ja, Anky, zomaar onthult zich voor je eigen ogen een wonder: de roerdomp bestáát! De twintig minuten die het duurde voor ie opvloog leken gelukkig wel uren…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *