Blasé

23.03.2015
|
0 Comments
|

Hoe blasé kan een  mens worden. Ik keek er niet eens meer van op aan de Korte Nauw begroet te worden door een winterkoninkje. Het deed nota bene hartstikke zijn best. Beschaamd luisterde ik een poosje. Toen pas merkte ik dat er geen wind was. Toen pas! Ter compensatie keek ik met extra belangstellende blikken naar de grijs- en geeltinten van het riet. Bij lange na maakte ik het daarmee niet goed.

Ter boetedoening luisterde ik daarna naar het knarsen van de steentjes onder mijn schoenen. Want als je goed luistert nodigt iedere knars uit tot verderlopen, tot aan de horizon. Toch keerde ik al bij het veehek in de groene dijk, waar mussen zwermden.

Waarom ze zich daar ophielden? Geen idee. Maar vanzelfsprekend luisterde ik als gewaarschuwd mens behoorlijk lang naar hun tjilpen. Toen ze weggestoven waren drong de stilte tot me door. In de wilg aan de rietkraag kraakte iets onzichtbaars. Er gakten ganzen, keften meerkoeten en kwaakten wilde eenden.

Wat nou gek is, bij het terugwandelen deed ik mijn best om goed rechtop te lopen. Met mijn schouders naar achteren, mijn nek gestrekt en mijn blik naar de horizon. Daar op die nevelige lijn tekenden zich de kerktoren en kolossale stallen en schuren van de grotemensenwereld af. En ik schaamde me er maar niet voor dat ik liever hier in mijn eentje op de grasdijk was. In mijn eigen territorium. Eigen baas. Voor even.

Waar ik het natuurlijk best vond dat er een kievit overvloog. Het prima noemde dat er in het water van de vaart het een en ander plonsde. Akkoord ging met het heel luid en lang loeien van een koe. Mijn duim in de lucht stak voor het winterkoninkje dat alarm sloeg vanwege de naderende bruine kiekendief. En mijn handen vouwde toen die kiekendief met zijn vleugels in de V van victorie overzeilde.

Toen pas realiseerde ik me dat de zon al behoorlijk warm scheen. Dat het een ware lenteochtend was. Over blasé gesproken.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *